Door: Auke-Florian Hiemstra

‘Die zien we nooit meer terug!’ Lichtelijk verontrust kijkt onderzoeker Hans Slabbekoorn naar de onderwatermicrofoon (ook wel hydrofoon) van ruim tienduizend euro die langzaam in het diepe water van de oceaan verdwijnt. Maar het is geen ongeluk: Slabbekoorn doet onderzoek naar geluiden onder water. Varend op onderzoeksschip Pelagia midden op de Atlantische Oceaan maakt hij opnames. Zeker qua geluid is er veel aan het veranderen in de oceaan, zegt Slabbekoorn. ‘Zelfs op het diepste punt van de oceaan kun je nog boten horen.’

Vissen communiceren met geluid

Zelfs op de meest tropische locaties met helder water kun je onder water vaak niet verder dan tien meter zien, ook zeedieren niet. Het onderwaterleven is voor communicatie dus vooral aangewezen op geluid. Er zijn al meer dan achthonderd soorten vissen bekend die geluiden maken. ‘En er is nog maar een klein deel van alle vissoorten onderzocht, het werkelijke aantal zal nog veel hoger liggen,’ vertelt Slabbekoorn. Vissen maken meestal geluid met de spier rond hun zwemblaas, maar ze kunnen het ook met hun kaken, en uit hun darmen en mondholtes kunnen ze lucht laten ontsnappen. Raspen, piepen, knorren, kraken en brommen: vissen kunnen het allemaal.

Hans Slabbekoorn installeert de hydrofoon zodat deze ruim twee kilometer de diepte in kan.  Foto: Auke-Florian Hiemstra.