Door Rob Buiter

"Het is een rare zomer", zegt walvissen- en dolfijnenonderzoekster Fleur Visser. In haar tweemotorige rubberboot stuitert zij, samen met twee collega's van haar eigen onderzoeksbureau Kelp Marine Research over de golven ten zuiden van het eiland Terceira, één van de grotere eilanden van de Azoren, middenin de Atlantische oceaan. "Normaal zouden we in deze tijd van het jaar de ene na de andere dolfijnengroep tegenkomen. Nu hebben we al een uur lang niets gezien. Het waait vooral veel harder dan normaal. Misschien is er ook wel iets in de voedselsituatie veranderd."

Visser heeft het nog niet gezegd, of daar komt over de marifoon de langverwachte melding van enkele collega's die op een vast uitkijkpunt, op een rots zestig meter boven het wateroppervlak, hun telescoop hebben opgesteld: een groep van achttien grijze, of 'Risso's' dolfijnen, op een kilometer afstand!

"Dan zie je meteen hoe belangrijk het is om waarnemers op land te hebben", zegt Visser. "Zij kunnen tot ver uit de kust, in het geval van een blauwe vinvis tot wel twintig kilometer, dieren vinden die wij vanaf ons lage standpunt niet zouden zien."

Zenderen

Wanneer de onderzoekers dicht genoeg bij de dolfijnen zijn gekomen, prepareert Visser een zendertje met vier zuignappen erop. De zuignappen worden zorgvuldig ontsmet met alcohol, waarna het apparaatje, formaat grote mobiele telefoon, aan het uiteinde van een acht meter lange 'hengel' wordt geklikt.

Vanaf een stevig platform op de punt van de boot, brengt Machiel Oudejans, de levens- en wetenschapspartner van Visser, de hengel in stelling. Heel voorzichtig, met de motoren op de laagst mogelijke snelheid, benaderen de onderzoekers de dolfijnen. Zou één van de dieren tot op minder dan acht meter van de punt van de boot komen, dan kan de zender met een minimaal tikje op de rug van de dolfijn worden geplakt. Maar wanneer de dieren een paar keer naar de diepte duiken zodra het bootje te dichtbij komt, blaast Visser de operatie resoluut af. "De golven zijn te hoog", vindt ze. "Onze boot maakt te veel klappen op het water en daardoor zijn de dieren moeilijker stil te benaderen. Bovendien is dit een groep van moeders met jongen die ik graag uit de lucht zou zien. In plaats van één dier te proberen van een zender te voorzien, kunnen we nu beter de hele groep rustig bekijken met een dronecamera."

Zeezoogdieren

Net als bijvoorbeeld het trekvogelonderzoek, wordt het onderzoek naar zeezoogdieren tegenwoordig flink geholpen door hightech instrumenten. De zenders die Visser gebruikt worden sinds de eeuwwisseling gebruikt om het gedrag van dolfijnen en walvissen onderwater te kunnen volgen. Na verloop van tijd laten de zuignappen vanzelf los, en anders kunnen de onderzoekers de zenders zo instellen dat het vacuüm er na een bepaald aantal uren vanaf gaat. Ze drijven dan naar het oppervlak, waar ze dankzij een radiosignaal weer kunnen worden opgepikt. Het apparaat heeft dan de gegevens over de diepte waarop de dieren hebben gedoken opgeslagen, ingebouwde hydrofoons hebben de geluiden van de dieren zelf of uit de omgeving opgenomen.