Charles Darwin deed het, net als onze eigen Abel Tasman (uit het Groningse Lutjegast) en Willem Barentsz (van Terschelling): aanmonsteren op een oceaanexpeditie. In de tijd dat je nog niet gemakkelijk de wereld rond kon vliegen, was een schip per slot van rekening de manier om nieuwe plekken te ontdekken. De oceanen vormden daarbij vooral een barrière die bedwongen moest worden: niet zozeer het water maar het land had de interesse van de ontdekkingsreizigers.

Inmiddels is de wereldkaart netjes ingetekend – er is geen terra incognita meer. Aqua incognita daarentegen hebben we nog volop. “We weten nog altijd meer van de maan dan van onze eigen oceanen”, aldus Henk Brinkhuis, directeur van het NIOZ – het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, een instituut van NWO, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, en in samenwerking met de Universiteit Utrecht.

Lees volledige artikel op kennislink.nl