Wie kent niet het schip de Beagle, waarmee Charles Darwin tussen 1831 en 1836 naar Zuid-Amerika, Australië, het zuiden van Afrika en verschillende eilandengroepen reisde? Op basis van die expeditie ontwikkelde Darwin zijn evolutietheorie, die vrijwel direct leidde tot een paradigmaverschuiving en een wetenschappelijke revolutie. Welke wetenschapper droomt daar nou niet van? Logisch dus dat de reis van de Beagle ook in deze tijd nog steeds een grote inspiratiebron is. Ook voor NIOZ-directeur Henk Brinkhuis, die meevoer op een van de VPRO-Beagle tochten een aantal jaren geleden.

Hij vertaalde het Beagle-concept naar deze tijd, en zo kwam het dat het onderzoeksschip de Pelagia van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) in december 2017 vertrok voor een zeven maanden durende unieke expeditie. 156 wetenschappers en studenten van ruim 20 Nederlandse organisaties - gewapend met 40 onderzoeksvoorstellen- reisden in zeven maanden tijd tussen Europa en Amerika.

In de zomer van 2018 werd de NICO-expeditie afgesloten op de Azoren. Foto: Joeri Bosma.

In de zomer van 2018 werd de NICO-expeditie afgesloten op de Azoren. Foto: Joeri Bosma.

De reis langs vijf Atlantische en Caribische oceaanprovincies werd verdeeld in twaalf etappes met eigen onderzoeksthema’s. Het ging van zeebodemmonsters voor klimaatonderzoek tot virussen, van koraalriffen tot walvissen, en van geluidoverlast door scheepvaart tot diepzeemijnbouw, en het testen van nieuwe maritieme technologie. Ondertussen keken schrijvers, fotografen en journalisten over de schouers van de onderzoekers mee. Er was zelfs een componist aan boord die de NICO-expeditie vertaalde naar een muziekstuk.

De vraag die opkomt is of de reis van de Pelagia -net als die van de Beagle - ook zal leiden tot een paradigmaverschuiving en een wetenschappelijk revolutie. Als het aan Henk Brinkhuis ligt wel. Zelfs in meerdere opzichten.

Wake up call
De eerste paradigmashift gaat over Nederlandse community building. Brinkhuis: “Onder invloed van de financiële crisis enkele jaren geleden kwam het NIOZ-onderzoek onder zware druk te staan. Onze moederorganisatie NWO vond indertijd dat de mariene wetenschappen in Nederland van beperkte omvang waren. Daarom ging er ook weinig geld naartoe. Daardoor ontstaat er een self fulfilling prophecy.”

Na recente reorganisaties van het NIOZ en NWO lijkt het tij nu te keren. Brinkhuis rook nieuwe kansen en stelde voor om het vlaggenschip de Pelagia op een nieuwe manier te gebruiken om het belang van oceaanonderzoek voor Nederland weer op de agenda te krijgen. “Samen met NWO hebben we het schip in 2017 'gratis' aangeboden aan de hele BV Nederland met daarbij de uitnodiging: kom maar met ideeën. De belangstelling was gigantisch. Er kwamen voorstellen vanuit het bedrijfsleven, de TO2-instellingen (toegepast onderzoek), universiteiten, ngo’s (zoals de Ocean Cleanup) en Defensie (karteringsdienst). Een onafhankelijke commissie, onder leiding van hoogleraar Jack Middelburg (Universiteit Utrecht), bepaalde de haalbaarheid en wetenschappelijke waarde van de voorstellen en bracht die partijen bij elkaar. Zo kwam er uiteindelijk een vaarschema dat 40 onderzoeksvoorstellen accommodeerde. De deal daarbij was dat onderzoekers alleen hun eigen financiering hoefden te regelen. NIOZ en NWO verzorgden het logistieke gebeuren.”

De Pelagia in de haven van Texel voor het vertrek van de laatste NICO-expeditie etappes. Foto: Joeri Bosma.

In welk opzicht is dit een paradigmaverschuiving? “Ons vlaggenschip Pelagia wordt normaliter ingezet voor individuele missies, meestal voor individuele onderzoekers. Die worden gefinancierd door NIOZ, NWO of vanuit internationale fondsen (zoals ERC, en EU Horizon2020). De NICO-expeditie was uniek omdat het om community building ging. De Nederlandse mariene en maritieme onderzoekswereld werd in een klap wakker geschud. Er kwamen nieuwe ideeën voor fundamenteel en voor toepassingsgericht onderzoek.”

Betekenis voor beleid
De tweede gaat over het verschuiven van de scope. De NICO-expeditie was ook bedoeld om een brug te vormen tussen maritiem onderzoek en het oceanenbeleid van het kabinet. Dat beleid is nog in ontwikkeling. Als basis ligt er een notitie ‘Toekomstbestendige oceanen’, die in april 2017 is aangeboden aan de Tweede Kamer. Uit de notitie blijkt dat Nederland zich wil richten op de thema’s mariene biodiversiteit, voedselzekerheid en visserij, scheepvaart en grondstofwinning, kennis en innovatie. Op grond van deze Oceanennotitie inventariseert het ministerie van IenW nu wat er verder moet gebeuren. De vraag is: wat hebben de beleidsmakers aan de resultaten van de NICO-expeditie?

Brinkhuis: ”Het was belangrijke input voor de eerste Nederlandse, brede bijeenkomst over de oceanen ooit, die op 3 juli 2018 werd georganiseerd door het ministerie van IenW, in het kielzog van de Volvo Ocean Race Ocean Summit. Alle betrokken partijen kwamen voor het eerst samen: de ministeries, de industrie, de universiteiten, de TO2-instellingen, NWO, ngo’s zoals het WNF en wij als NIOZ. Het doel van de bijeenkomst was beeldvorming: welke ambities zijn er, hoe kunnen die gekoppeld worden aan de politieke agenda’s van de verschillende ministeries en aan de nationale wetenschapsagenda (NWA)? En wat kan de cross-sectorale topsector betekenen?”

Kunnen we hier ook spreken over een paradigmashift? ”Zeker. In Nederland worden er allerlei plannen gemaakt voor de Noordzee. Maar het besef dringt nu door dat we de scope moeten verschuiven. Het zijn immers de processen op de oceanen die het lot van de Noordzee in grote mate bepalen. Verzuring, zeespiegelstijging, en de andere gecombineerde effecten van klimaatopwarming, naast systematische vervuiling en overbevissing. Daarom is het belangrijk dat deze partijen blijven samenkomen om het over de aanpak van de oceaanproblematiek te hebben. Dit ‘gezelschap der levende oceanen’ praat over drie maanden weer verder.”

Zero emission vlaggenschip
De derde paradigmashift gaat over koppeling van mariene en maritieme belangen. De ministeries onderzoeken gezamenlijk hoe er precies invulling kan worden gegeven aan de SDG14-doelen (Sustainable Development Goal 14- Life below Water) van de Verenigde Naties. Daarbij is het de vraag wat Nederland precies kan inbrengen in het groeiende internationale debat over de oceaanproblematiek? Brinkhuis heeft een suggestie: ”Als je als Nederland echt wilt meepraten, zul je ook een vorm van aanwezigheid moeten hebben op de oceanen. Nederland loopt daarbij ver achter ten opzichte van het buitenland. De Duitsers bijvoorbeeld investeren grofweg 100 keer meer in oceaanonderzoek dan wij. In het Noorden van Duitsland zijn er drie grote oceanografische instituten die samen een grotere begroting hebben dan onze complete NWO, nog los van de bijbehorende omvangrijke infrastructuur. En terwijl wij vechten voor één (bescheiden) onderzoeksschip voor Nederland, hebben zij er twintig varen. En dan hebben we het nog niet eens over de Fransen. gehad.”

De discussie is actueel want het Nederlandse onderzoeksschip de Pelagia is aan vervanging toe. ”Onze huidige NIOZ (= Nederlandse) onderzoeksvloot is sterk verouderd. De NICO-expeditie kon niet eens op tijd vertrekken vanwege technische mankementen.”

De vervanging van de Pelagia kan veel kansen voor implementatie van allerlei innovaties opleveren. ” NWO (en NIOZ) heeft als wens om een zo schoon mogelijk nieuw vlaggenschip te laten bouwen, waarbij er ook geanticipeerd wordt op nieuwe aandrijvingsvormen gebaseerd op bijvoorbeeld waterstof. Kennisinstellingen zoals MARIN, en TNO hebben in theorie genoeg kennis over een emissieloos schip, maar er is er nog nooit een echt gebouwd. Deze casus is dus interessant voor de Nederlandse offshore wereld, ook gezien de al aangekondigde verscherpte uitstoot-normen voor de internationale scheepvaart. Ook Defensie heeft interesse in een hightech onderzoeksschip buiten de eigen vloot, bijvoorbeeld om nieuwe technologie in een andere context te kunnen testen.”

Wetenschappelijke revolutie
Hoe geweldig ook, dit alles is niet de wetenschappelijke revolutie waar het verhaal van Brinkhuis uiteindelijk om draait. “Er is een nieuwe wereldwijde aanpak nodig voor de problemen van de oceanen. Een vierde industriële revolutie, zoals oceanograaf Gregory Stone en ontwikkelingseconoom Nishan Degnarain beschrijven in het boek Soul of the Sea in the Age of the Algorithm. Veel mensen denken dat we genoeg kennis hebben over de oceaan, maar we weten vrijwel niets. Er is bijvoorbeeld veel meer onderzoek nodig naar de toenemende zuurstofloosheid in de oceanen. En naar veranderende oceaanstromingen. Maar op 1500 meter diepte wordt de druk zo hoog dat er speciale apparatuur nodig is om er überhaupt te kunnen werken.Onder die diepte zijn nog vrijwel geen waarnemingen beschikbaar. De situatie is vergelijkbaar met de ruimtevaart. Er wordt al tijden geprobeerd om een soort mariene tegenhanger van de European Space Agency (ESA) op te richten. Dat is nog niet gelukt omdat er (nog) geen gezamenlijke drijfveer is. Er lijkt dus nog veel te winnen als landen daadwerkelijk gaan samenwerken om de oceaan te redden. De UNESCO-IOC heeft daarom de periode 2020-2030 aangemerkt als ‘The Decade of the Oceans’. Nederland moet daar een bijdrage aan kunnen leveren.”