Op dit moment doen NICO-onderzoekers van Naturalis Biodiversity Center, het Westerdijk Instituut en het NIOZ nog onderzoek op de Noordzee, een van de intensiefst gebruikte zeeën ter wereld. Op deze NICO-etappe verzamelen zij monsters en data over biodiversiteit, zeebodemleven, de herkomst en levenscyclus van kwallen, de rol van mariene schimmels, en Noordkompen, 's werelds langst levende schelpdieren.

Noordkrompen – oudste schelpdieren vertellen over klimaatverandering en meer. 
Noordzee-expeditieleider dr. Rob Witbaard van het  NIOZ onderzoekt al decennia Noordkrompen die honderden jaren oud kunnen worden. Ze zijn voor verschillende diciplines van wetenschappelijk onderzoek interessant (oceanografie, klimatologie, geologie, geriontologie). Aan de hand van de variabele jaarlijkse groeiringen en stabiele isotoopsamenstelling daarvan kunnen onderzoekers  o.a . klimaatomstandigheden uit het verleden aflezen. Huidig onderzoek beoogt de ontwikkeling van de populatie in de noordelijke Noordzee beter te begrijpen en goede schattingen te krijgen van natuurlijke sterfte en overleving. Met die kennis hopen de onderzoekers inzicht te krijgen in de herstelmogelijkheden van de noordkromppopulatie in het Nederlandse deel van de Noordzee. In de zwaar beviste zuidelijke Noordzee worden voornamelijk grote oude dieren gevonden. Tijdens deze NICO-etappe zijn in de noordelijke Noordzee (Fladen) zowel grote dieren van 90-120 jaar oud gevonden als kleine dieren van 2-10 jaar oud. Dr. Rob Witbaard.

Meer of minder kwallen in de Noordzee? En waar komen ze vandaan?
Van veel kwallensoorten weten we nog weinig over de levenscycli. Zo weten we bijvoorbeeld niet waar hun larfjes opgroeien en waar ze vandaan komen. Wel weten we dat ze sterk afhankelijk zijn van de watertemperatuur. Onderzoekers willen weten of we door klimaatverandering meer of minder kwallen in de Noordzee gaan krijgen. Aan boord zijn we op ‘harde substraten’, bijvoorbeeld schelpen en stenen, onder de microscoop op zoek naar de kwallenlarfjes van poliepkwallen en ribkwallen. Ze worden toegevoegd aan de databank van Naturalis. Dr. Lodewijk van Walraven.

Biodiversiteit van de Noordzee
Als je op zoek bent naar nieuwe soorten, dan heb je de grootste kans deze in zee te vinden. Ook in de Noordzee leven er nog veel onbekende soorten, vooral als we het hebben over de meio-benthos: kleine kreeftjes en wormen kleiner dan een millimeter die leven op en in de zeebodem. Naturalis Biodiversity Center legt een DNA-database aan en heeft nog weinig gegevens van ongewervelden uit de Noordzee. Het onderzoek van Naturalis sluit daarom naadloos aan bij het NIOZ-onderzoek waarbij de grotere bodemdiersoorten in kaart worden gebracht door met een door het NIOZ ontwikkelde quantitatieve dreg te bemonsteren (Triple D). Dr. Berry van der Hoorn

E-DNA & schimmels in het Noordzeewater
Daarnaast wordt met nieuwe technieken zoals ‘environmental DNA’, de aanwezigheid van in het water levende dieren onderzocht zonder ze te vangen: de dieren laten DNA achter in het water via uitwerpselen, huidcellen en urine.
Ook willen de onderzoekers meer te weten komen over de natuurlijke rol van schimmels in het mariene ecosysteem: die schimmels zijn belangrijk voor het ontbinden van kalkskeletten van dieren en afval, waardoor de voedingstoffen daaruit weer vrijkomen. Schimmels zijn een koolstofbron voor hogere organismen. In tegenstelling tot schimmels die op het land leven, is er nog weinig bekend over de biodiversiteit en functie van schimmels in het zeewater. Aangenomen wordt dat ze bijdragen aan de algenafbraak en dat is nuttige informatie in een wereld waar algen een steeds belangrijkere rol spelen voor onze energievoorziening en voedsel. Later wordt in het laboratorium uitgezocht welke enzymen de schimmels hebben die voor de mens nuttig zouden kunnen zijn. Dr. Judith van Bleijswijk

Bodemleven van de Noordzee
Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar het bodemleven van de Noordzee zijn de effecten van de visserij met electriciteit (pulsvissen) op het bodemleven nog onvoldoende onderzocht. Tijdens de expeditie nemen we happen uit het sediment om te onderzoeken hoeveel energie het bodemleven nodig heeft en hoe groot de nutriëntenuitwisseling is die er plaatsvindt.
Dr. Karline Soetaert