Circa zeventig wetenschappers en studenten waren naar Den Haag gekomen om hun allereerste observaties en bevindingen te delen. Het centrale onderzoeksthema dat alle onderzoeken verbond, was de impact van de veranderende omstandigheden op het leven in de oceanen.

De oceaan is een belangrijke buffer voor de wereldwijde CO2-uitstoot en herbergt een unieke maar kwetsbare mariene biodiversiteit. Met het veranderende klimaat is het van levensbelang dat we goed leren begrijpen hoe de oceanen werken. In december 2017 begonnen 156 wetenschappers en studenten daarom aan de NICO-expeditie. De reis langs vijf Atlantische en Caraïbische oceaanprovincies werd verdeeld in twaalf etappes en elke etappe had zijn eigen onderzoeksthema’s. Deze varieerden van zeebodemmonsters voor klimaatonderzoek tot virussen, van koraalriffen tot walvissen, en van geluidsoverlast door scheepvaart tot diepzeemijnbouw en het testen van nieuwe maritieme technologie.

Achtergrond
Het idee voor de expeditie kreeg medio 2017 vorm, toen NIOZ en NWO het onderzoeksschip de Pelagia ’gratis’ aan de hele BV Nederland ter beschikking stelden met daarbij een open uitnodiging: kom maar met ideeën. Er kwamen onderzoeksvoorstellen vanuit de universiteiten, onderzoeksinstituten, het bedrijfsleven, de TO2-instellingen (toegepast onderzoek), ngo’s (zoals The Ocean Cleanup) en Defensie (karteringsdienst).

Een onafhankelijke commissie, onder leiding van hoogleraar Jack Middelburg (Universiteit Utrecht), bepaalde de haalbaarheid en wetenschappelijke waarde van alle voorstellen en bracht die partijen bij elkaar. Bijna alle onderzoeksvoorstellen zijn ingepast in de expeditie. Zo kwam er uiteindelijk een vaarschema dat veertig verschillende onderzoeksvoorstellen accommodeerde. De deal daarbij was dat onderzoekers alleen hun eigen financiering voor het onderzoek hoefden te regelen. NIOZ en NWO verzorgden het logistieke gebeuren.

Uniek karakter
Een van de bijzondere aspecten van de expeditie was dat ook MSc-studenten mee mochten varen. Hoogleraar Corina Brussaard (UvA en NIOZ) is de initiatiefnemer van het programma: “Het idee was om de toekomstige generatie mariene en maritieme onderzoekers een unieke kans te geven om mee te gaan op expeditie. Binnen drie weken kregen we 110 brieven van in aanmerking komende masterstudenten (momenteel student aan een MSc-opleiding waarbij zeeonderzoek een rol speelt) uit alle voornaamste vakgebieden en afkomstig van acht nationale universiteiten. Uiteindelijk konden er 22 masterstudenten mee aan boord. Ze zijn bijna klaar met hun studie en hebben dan al een voorsprong, omdat ze ervaring hebben met oceanografisch onderzoek. Het studentenprogramma is alvast een mooie spin-off van de NICO-expeditie.”

Een ander uniek aspect van deze expeditie waren de nieuwe klein- en grootschalige samenwerkingsverbanden die ontstonden tussen onderzoekers van verschillende vakgebieden – zowel mariene geologen, (micro)biologen, chemici, fysici, ornithologen en biogeochemici als wetenschappers op het gebied van waterbouwkunde, waterrecht en watermanagement. Naast studenten en wetenschappers waren er journalisten, schrijvers, filmproducenten, fotografen en een oceaancomponist aan boord.

De multidisciplinaire samenwerking bleef niet onopgemerkt: over de expeditie zijn 186 mediaproducties verschenen (artikelen, radio- en televisie-uitzendingen) verspreid over vijftig verschillende platformen. Of zoals NIOZ-directeur Henk Brinkhuis het onder woorden bracht: “De NICO-expeditie heeft oceaanonderzoek op de kaart gezet bij het grote publiek en beleidsmakers.”

Van monsters naar data
Na een reis van zeven maanden kwam de expeditie op 28 juli 2018 ten einde. De honderden water- en sedimentmonsters die verzameld werden in de vriezers en koelkasten van de Pelagia liggen ondertussen in de labs van de samenwerkende instituten en universiteiten, klaar om geanalyseerd te worden. Zo op het oog had de Pelagia veel weg van de wetenschappelijke zilvervloot. De multidisciplinaire, open aanpak van de NICO-expeditie levert straks immers een schat aan kennis op.
Tijdens de post-cruise meeting hadden sommige onderzoekers vragen over de verdere samenwerking en over het delen van monsters.“De monsters kunnen immers ook interessant zijn voor andere mensen die niet aan boord zijn geweest, bijvoorbeeld ter voorbereiding van nieuwe onderzoeksvoorstellen. Is er een manier waarop we monsters en data kunnen delen?” Dat blijkt inderdaad het geval. De komende tijd wordt er verder gewerkt aan het optimaliseren van het datamanagement rond de NICO-expeditie.

Een kritische noot van de onderzoekers betreft het feit dat het, door het korte tijdsbestek waarin de expeditie werd aangekondigd, vaak niet mogelijk was om voldoende financiering voor de analyse van monsters te regelen. Er was een algemene consensus dat er voor een mogelijke tweede NICO-expeditie betere financieringsmogelijkheden nodig zijn voor het eigenlijke onderzoek en monsteranalyse, wat deels te realiseren is door een eerdere aankondiging en daardoor meer tijd voor indiening van voorstellen. Geluid uit de zaal: ”Dat is een verbeterpunt als er een NICO-II wordt georganiseerd.”

Spin-off
Door het multidisciplinaire karakter van de expeditie konden de onderzoekers ideeën uitwisselen en van elkaar leren. “Daar was het juist om te doen bij deze NICO-expeditie,” zegt NIOZ-directeur Henk Brinkhuis. Hij vat het belang van de expeditie als volgt samen: “De NICO-expeditie speelt een belangrijke rol om het oceaanonderzoek voor Nederland weer op de nationale agenda te krijgen. Belangrijke spin-off van de expeditie is ook de NICO-community die uit de multidisciplinaire samenwerking is ontstaan. Mensen van verschillende organisaties kennen elkaar nu. De community kan prima dienen als een bottom-up platform voor nationale samenwerking. Daarmee kan het ook meteen fungeren als aanspreekpunt voor de ministeries en de topsectoren die bij mariene en maritieme wetenschap betrokken zijn.”

Vervolg
Een grote vraag die alle onderzoekers bezighoudt: komt er een vervolg op de NICO-expeditie? Henk Brinkhuis: “Je kunt niet zeggen: we gaan even zeven maanden de zee op en wanneer we terugkomen, dan weten we alles wat er te weten valt. Oceaanonderzoek is een langjarig en voortdurend proces. Bedenk wel dat het nog steeds een enorm onderbelicht onderzoeksgebied is! Daarom zijn we samen met NWO aan het nadenken over de mogelijkheden voor zeeonderzoek op de lange termijn. De wens is om dat via twee sporen te doen: zowel via het spoor van de gebruikelijke grote onderzoeksprojecten die bijvoorbeeld gefinancierd worden vanuit EU-programma’s of door de ministeries, en via korte termijn expedities à la NICO. Dit vanwege het belang van deze aanpak voor de hele Nederlandse mariene en maritieme community.”

Nieuw onderzoeksschip
De Pelagia is 27 jaar oud en moet worden vervangen. Zonder een nationaal oceaanwaardig onderzoeksschip heeft Nederlands zeeonderzoek geen duurzame toekomst (en dus geen toekomstige NICO-expedities). Het Nederlandse wetenschappelijk mariene onderzoek en de Nederlandse maritieme sector maken beide deel uit van de internationale top. Een dergelijke toppositie kan alleen worden gehandhaafd als de nodige investeringen in de zeewaardige infrastructuur worden gedaan.

Momenteel zijn NWO en NIOZ samen met de Topsector Water & Maritiem bezig met plannen aan het maken voor een nieuwe Nederlandse onderzoeksvloot. De plannen zijn ondertussen gevorderd tot de designfase. Het nieuwe schip wordt groter dan de Pelagia om de huidige ontwikkelingen in zeeonderzoek te kunnen ondersteunen en meer onderzoekers aan boord te kunnen huisvesten. Het nieuwe schip zal vanaf 2030 bovendien volledig emissievrij zijn. Onderzoekers dragen ideeën aan en vlootcoördinator Wouter Kruijt en de Nationale Mariene Faciliteiten (NMF) zorgen dat alle input wordt geëvalueerd en, waar mogelijk, in de plannen wordt meegenomen.

 

Nawoord

De data verzameld tijdens de NICO-expeditie leveren een schat aan wetenschappelijke ontdekkingen op die de komende maanden en jaren naar buiten zullen worden gebracht. Een paar van de eerste ontdekkingen en observaties aan het eind van de zeven maanden durende expeditie zijn:

•    Op de Mid-Atlantische Rug is een tot voor kort onbekende inactieve vulkaan ontdekt. De krater – gevuld met pelagische sedimenten – werd bemonsterd om de aard van voorbije veranderingen in de oceaan en de atmosfeer te bestuderen. De sedimenten uit dit geologische archief bieden gedetailleerde aanwijzingen voor veranderingen in de oceaancirculatie en de door de moesson aangedreven export van stof uit de Sahara.
•    Er zijn ongebruikelijke blauwalgenmatten aangetroffen die de koraalriffen voor de kust van Bonaire verstikken. Tegelijkertijd werden vlak bij het grootste Nederlandse natuurreservaat, de Sababank, opvallend gezonde koraalriffen aangetroffen.
•    Het onderzoek naar de gezondheid en productiviteit van de Caraïbische koraalriffen heeft belangrijke implicaties voor de duurzaamheid van economische activiteiten: hoe kunnen we de riffen gezond houden en tegelijkertijd commerciële visserij toestaan? En hoe kan het duurzame beheer van de riffen worden gecombineerd met hun rol als toeristenattractie?
•    De wervels in het Caraïbische gebied blijken minder diep te zijn dan op computermodellen gebaseerde voorspellingen deden vermoeden.
•    Virussen spelen een belangrijke rol bij de sterfte van algen en bacteriën, maar hebben een totaal andere impact op energie- en materiaalstromingen dan traditionele begrazing. Dit vraagt om de heroverweging van de modellen voor oceanische ecosystemen.
•    Er zijn oceaanschimmels gevonden die mogelijk gebruikt kunnen worden voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of brandstof.
•    Een canyon voor de westkust van Ierland blijkt een verrassende hoeveelheid voedsel en leven te bevatten, maar ook plastic.
•    Zelfs in de hydrothermale bronnen in de Azoren, de mogelijke bronnen waar het leven op aarde ooit is begonnen, is plastic aangetroffen. Deze hydrothermale bronnen zijn biologische hotspots en herbergen ook mineralen die interessant kunnen zijn voor de diepzeemijnbouw.

Bovenstaande inzichten zijn nog maar een paar van de eerste ontdekkingen en waarnemingen die tijdens de NICO-expeditie zijn gedaan. Ze tonen aan hoe mager onze kennis van de oceanen nog steeds is, ondanks het feit dat we ervan afhankelijk zijn voor ons klimaat, voedsel en natuurlijke bronnen.

Het wegnemen van de kennislacunes is van groot maatschappelijk en economisch belang. We weten bijvoorbeeld nog veel te weinig over de ecologische impact van diepzeemijnbouw om de minerale bronnen in de oceaan op een duurzame manier te kunnen ontginnen. Ook is meer kennis van de ecosystemen in de Noordzee noodzakelijk voor een verantwoorde, duurzame visserij zonder geluidshinder en voor rendabele windmolenparken en andere activiteiten voor de kust. Kortom, de NICO-expeditie is er in geslaagd om een groeiend aantal hens aan dek te krijgen voor het Nederlandse maritieme en mariene onderzoek, en dit heeft geleid tot cruciale ontdekkingen die zowel de wetenschap als de maatschappij ten goede komen.