Door: Rob Buiter

Een walvis of een dolfijn een zendertje meegeven: het valt bepaald niet mee. Waar de zomer in grote delen van Europa uitzonderlijk droog verliep, was hij rond de Azoren vooral erg winderig. Wanneer Fleur Visser en Machiel Oudejans op een zonnige ochtend in juli vanaf hun gehuurde huis-met-balkon naar de Atlantische Oceaan kijken, mopperen ze iets over ‘alweer sea state vier’ naar elkaar. ‘Witte koppen op de golven zijn voor ons een teken dat het te hard waait om dieren te taggen’, zegt Oudejans. Maar de wind komt uit een westelijke richting, dus misschien kunnen we in de luwte van het schiereilandje Mont Brasil, aan de zuidkust van Terceira nog wel wat doen.’

Sinds 2012 bestieren Visser en Oudejans het ecologisch onderzoeksbureau Kelp Marine Research in Hoorn. Hun tijd verdelen ze tussen Nederland, waar Visser ook een dienstverband heeft bij de Universiteit van Amsterdam en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), en enkele maanden in voorjaar en zomer op hun thuisbasis op de Azoren, op het eiland Terceira. ‘De Azoren zijn een unieke plek voor onderzoek aan walvissen en dolfijnen’, zegt Visser. ‘Vooral de diepduikende soorten kun je hier extreem goed bestuderen. Potvissen en dolfijnen van Cuvier zoeken hun voedsel tot wel 3 kilometer diep. Op de meeste plaatsen is dat dus heel ver uit de kust, maar de eilanden van de Azoren zijn oude vulkanen midden in de Atlantische Oceaan. De kust gaat hier heel steil naar beneden. Op een kilometer afstand is het water ook al een kilometer diep.’

Het grote voordeel van die steile kust is dat de diepduikende dolfijnen en walvissen zich makkelijk vanaf land laten bekijken. Visser: ‘Als wij op zee gaan werken, hebben we ook altijd een landteam dat ons assisteert. Vanaf een 60 meter hoge rots zien die zo veel meer dan wij vanuit onze boot. Zij kunnen ons heel goed naar de groepen dolfijnen sturen.’ Deze winderige ochtend heeft het landteam postgevat aan de zuidoostkant van het eiland. Wanneer de rubberboot van Visser en Oudejans de haven van Angra do Heroismo heeft verlaten, laten de verkenners via de marifoon weten dat er vlak voor de kust een groep van een kleine twintig risso’s, of grijze dolfijnen (Grampus griseus) zwemt.

‘Met die risso’s is mijn onderzoek ooit begonnen’, vertelt Visser. ‘Op Pico, één van de andere eilanden van de Azoren, heb ik een manier ontwikkeld om het groepsgedrag van deze dieren objectief te kunnen meten. Voor individueel gedrag bestaan al heel lang methoden om bepaalde gedragingen te scoren en te kwantificeren, maar voor groepsgedrag was dat er nog niet.’