Het is geen uit de hand gelopen studentengrap. Als NICO-student op de Pelagia hebben we verschillende taken, en ja daar hoort ook een meting met een dampende pantysok bij. Tijdens etappe 9A helpen wij chief-scientist Dick van Oevelen en zijn team van NIOZ. Zij stoppen tijdens deze 10-daagse expeditie ten noordwesten van Ierland op 6 verschillende stations waar ze onderzoek doen naar koudwaterkoralen. Daarnaast zullen wij op 2 van de 6 stations onze eigen metingen uitvoeren om zo bij te dragen aan het grootschalige NICO-studentenprogramma.

Deinend schip
Wat gaan we precies doen? Met behulp van een CTD, een meetapparaat waarin flessen bevestigd zitten, gaan we watermonsters ophalen. Nadat we de CTD naar 200 meter diepte hebben laten zakken, kunnen de flessen onderweg omhoog op verschillende dieptes worden gesloten. Daarnaast meten we onder andere temperatuur, zoutgehalte en algen in het water. Zodra we het water vanuit de flessen in verschillende buizen en vaten hebben getapt, zijn we nog ongeveer 8 uur bezig met het verwerken en meten van de monsters. Hoewel we door onze aardwetenschappelijke achtergrond al enige ervaring hebben met oceanografisch onderzoek, blijkt het toch een hele uitdaging om netjes te werken op een deinend schip.

Twee van de NICO-metingen die we uitvoeren zijn het meten van de concentratie pigmenten organische deeltjes in het water. Dit doen we met behulp van een filtratie opstelling. Het doel van deze metingen is om inzicht te krijgen in de mate van aanwezigheid van algen en organisch materiaal in de waterkolom van de Atlantische Oceaan. Aangezien koudwaterkoralen deze algen als voedselbron gebruiken, wordt dit ook door Dick met zijn team gemeten.

Britt & Evi nemen watermonsters uit de CDT op het dek van de Pelagia.

Snap-freezen
Tijdens het meetproces filteren we enkele liters zeewater van drie verschillende dieptes. Op 3 meter onder het oppervlak, op 5 meter onder het oppervlak en op de diepte in de waterkolom waar de productiviteit het grootst is. De filters waar het water door middel van een vacuüm doorheen loopt, worden bewaard in de vriezer. Als de Pelagia eenmaal terug in Nederland is, worden in het lab de hoeveelheid pigmenten en organisch materiaal bepaald. Om er voor te zorgen dat de monsters goed bewaard blijven tot die tijd, worden ze op de Pelagia snel en diep ingevroren, ook wel snap-freezen  genoemd, door ze eerst een aantal minuten in vloeibare stikstof te dopen. Dit doen we om de hoeveelheid water in de filters te reduceren, zodat ijskristallen het materiaal niet kunnen beschadigen.

En ja, daar komt eindelijk de pantysok om de hoek kijken. In een pantysok met een stukje touw eraan, dompelen we de monsters, inmiddels ingepakt in aluminiumfolie, in het vloeibare stikstof. De pantys zorgen voor enige verwarring onder de aanwezigen in het altijd drukke wetlab, waar de tank met vloeibaar stikstof staat. We leggen uit dat pantys, aangezien ze zo dun en licht geweven zijn, nauwelijks water vasthouden en dus niet bevriezen in het vloeibare stikstof, een veilige manier om onze monsters te veroveren. Bovendien zijn de pantysokjes goedkoop en recyclebaar. Na 5 minuten komen de monsters samen met een indrukwekkende wolk verdampende stikstof de tank weer uit. Puur wetenschappelijk onderzoek dus, rondlopen met dampende pantysokjes op een deinend schip!

Britt van Haastregt & Evi Wubben, Master-studentes Universiteit Utrecht.