De Pelagia in ‘Focus’
Tijdens deze vaartocht was er een filmploeg van NTR voor het programma ‘Focus’ (vroeger De Kennis van Nu) aan boord. Zij probeerden de mooiste opnames van het werk en leven aan boord te krijgen. Ze waren ook heel geïnteresseerd in ons werk en meelevend als het allemaal niet zo goed verliep. Regelmatig kregen we verzoekjes voor een interviewtje of het filmen van een bepaalde activiteit. Het was niet altijd makkelijk in de kleine labjes of op het dek waar iedereen heen en weer liep en overal kabels en apparatuur liggen. In het begin was het wat vreemd om gevolgd door zo’n camera ons werk te doen, maar het wende al snel. Natuurlijk was het ook voor hen spannend om ons werk te filmen en het leven aan boord mee te maken. Wij zijn natuurlijk reuze benieuwd naar het eindresultaat. Op 1 maart kunnen we het bekijken op NPO2 om 21.25 uur.

Hopperen voor cyanomatten en grondwaterbronnen
Vanaf Punt Vierkant begon de zoektocht naar cyanobacteriële matten en grondwaterbronnen op de bodem tussen 50 en 80 meter diepte. Dit gebeurde met een groot frame waarop camera’s en lampen zijn bevestigd. Dit wordt langzaam door de boot voortgetrokken en wij zitten aan boord achter de computer naar de beelden van zo’n 50-90 meter diepte te bekijken. Dit wordt ‘hopperen’ genoemd aan boord. Aan het cameraframe is ook een autonome CTD vastgemaakt (Hydrolab), zodat we tijdens het zoeken naar matten ook kleine variaties in zoutgehalte kunnen ontdekken bij de bodem die mogelijk op lekken zouden kunnen wijzen. Het idee is dat water dat uit het eiland lekt hoge concentraties van anorganische nutriënten (voedingsstoffen voor algen) zou kunnen bevatten. Om zeker te weten dat dit water uit de grond komt, wordt er ook Radon gemeten in watermonsters vlak bij de bodem. Zie ook de eerdere blog van de hydrologen Boris, Victor en Vincent hierover.

Met de onderwatercamera’s op het ‘hopperframe’ worden de cyanobacteriële matten snel gevonden. Ze zijn er nog steeds! Drie jaar geleden zijn ze voor het eerst gezien vanuit een onderzeebootje. De cyanobacteriën (ook wel blauwalgen genoemd) zitten op zo’n 55-75 meter diepte en groeien als donkere filamenteuze matten op het zand. Met name voor Kralendijk zijn er uitgestrekte velden van cyanobacteriën te zien.

Het 'hopperframe'

Cyanobacteriën lieten zich niet makkelijk vangen
Zodra we hadden gezien dat de cyanovelden nog aanwezig waren voor de kust in Kralendijk, werd de bodembemonster-apparatuur klaargemaakt. Onze eerste pogingen om de cyano’s aan dek te krijgen verliepen niet echt bemoedigend. Alles wordt in stelling gebracht, maar helaas konden we geen goede bodemmonsters met cyanobacteriële matten bemachtigen. De multicores, waar we onze hoop op hadden gevestigd, kwamen elke keer zonder zand weer boven. Dan maar inzetten op de boxcore waar ook een camera aan bevestigd is. Hier kregen we wel een bak zand boven, maar geen cyanomat te bekennen! Wat ging daar dan mis? Filmpjes die tijdens de bemonstering werden gemaakt lieten zien dat de boxcore midden in de cyanomat naar beneden ging, maar dat de cyano’s ‘weggeblazen’ werden door de opwerveling van water tijdens het zakken van de boxcore. Uiteindelijk hebben we de cyano’s van 60 meter diepte wel naar boven weten te halen. Hoe dat ging kan bekeken worden in het programma ‘Focus’ op 1 maart. Eindelijk hadden we de monsters voor allerlei analyses en konden we de cyano’s onder de microscoop bekijken. Ook konden we metingen doen aan de fotosynthese en stikstoffixatie van de matten. Er is bekend dat cyanobacteriën bepaalde fysiologische eigenschappen hebben die mogelijk schadelijk zijn voor koraalriffen. Zo kunnen ze atmosferisch stikstof fixeren, waardoor ze extra voedingsstoffen in het systeem brengen die ook voor algen opneembaar zijn. Daarnaast is het bekend dat veel cyanobacteriën gifstoffen kunnen produceren, die schadelijk kunnen zijn voor dieren die cyanobacteriën eten en kunnen ophopen in de voedselketen. Bovendien kunnen ze veel organisch materiaal uitscheiden hetgeen overmatige bacteriegroei kan veroorzaken wat ook al niet gunstig is voor koraalriffen.

CTD’s
Op verschillende plaatsen werden CTD-profielen genomen waarbij onder andere de temperatuur, conductiviteit en diepte werden gemeten. Op diverse dieptes werden ook watermonsters genomen waarin inorganische nutriënten en organisch materiaal bepaald werden. Uit de diepe profielen bleek dat er steeds een halocline en thermocline op 50-60 meter was. Dat wil zeggen dat er een scheiding van waterlagen was van zoeter, warmer water met daaronder zouter, koeler water. Op die diepte werd ook een chlorofylmaximum gevonden. Toevallig op de diepte waar ook de cyano’s op de bodem werden gevonden. Of helemaal niet zo toevallig als de cyano’s precies daar groeien omdat er net op dat grensvlak gunstige condities voor ze zijn.

De boxcore wordt te water gelaten

Bottom water gradient sampler oftewel de ‘zakkenvuller’
Elke ochtend om 6 uur en aan het begin van de middag gaat de ‘bottom water gradient sampler’ te water. Dit bodemlandertje bevat 6 zakken van ca. 10 liter waarin water gepompt wordt van verschillende hoogtes boven de bodem, namelijk 10, 20, 40, 80, 160 en 300 centimeter. Verder is ze uitgerust met een autonome temperatuur- en zuurstofmeter en met een stroommeter (een Aquadop profiler). Het landertje gaat met een eigen verankering overboord met wat boeitjes aan het oppervlak en blijft meerdere uren op dezelfde plek op de bodem staan. Nadat ze enige tijd gestaan heeft, worden de zakken met water volgepompt. Als ze daarmee klaar is, kan ze weer omhoog, en meten we verschillende stoffen in het water. Bob leest de autonome data loggers af met omgevingsvariabelen zoals zout en temperatuur. We willen weten hoe actief de matten op verschillende tijdstippen in de dag zijn. Om naderhand zeker te weten waar ze precies gestaan heeft, staat er een GoPro cameraatje op van Erik (de GoPro fan). Meteen de eerste keer stond ze al midden in een cyanomat. Top!

Op zaterdag 27 januari zetten we de ‘zakkenvuller’ in de vroege ochtend weer uit, niet ver van de aanlandingsplaats voor cruiseschepen in Kralendijk, vlak bij Karel’s Pier (voor de Bonaire-kenners). Het landertje ligt er net een uur in of we krijgen te horen dat er een cruiseschip aan komt. De verankering moet eruit vanwege de aankomst van het cruiseschip! Na wat over en weer contact met de brug van het cruiseschip horen we dat het verankeringetje mag blijven liggen, maar dat de Pelagia zelf een eindje op moet schuiven. Opluchting! Lag ze er eindelijk in en zou ze er weer uit moeten. Als de cruiseboot eenmaal vast aan de wal ligt, worden we gade geslagen door steeds meer net ontwaakte cruiseboot-toeristen die vanaf hun balkonnetje van 5 verdiepingen hoog op ons neerkijken in hun pyjama of badjas. Die cruiseboten zijn ‘huge’ in vergelijking met de Pelagia! Het is totaal bizar om met de Pelagia hier zo voor Kralendijk te drijven.

Chief scientist Fleur van Duyl

Laatste mesofotische koraalrif dreigt te verdwijnen
Na één week zoeken en kilometers bodem onder water te hebben afgezocht met het ‘hopperframe’ hebben we eindelijk ons eerste echte mesofotische rif gevonden. Mesofotische koraalriffen zijn riffen die bestaan uit tropische koralen en liggen dieper dan waar de gewone duiker normaal komt. Ergens tussen de 40 en 100 meter diepte. De afgelopen week hebben we gezocht naar deze riffen bij Bonaire en Curaçao. Op Bonaire hebben we ze niet gevonden, maar helemaal op het oostelijke puntje van het eiland Curaçao vonden we ons eerste mesofotische rif. Op alle andere plekken bleken we te laat te zijn. De koraalriffen die we ons herinnerden uit onze jonge jaren als onderzoekers, toen we nog wel eens wilde dingen deden en veel te diep doken, waren er niet meer. De koralen die er ooit stonden waren al lang dood. Tot onze grote vreugde vonden we gisteren echter een echt mesofotisch rif bij Awa Blancu. De koralen bedekten op sommige plaatsen de gehele bodem. Jammer genoeg staat dit gebied op de nominatie om verkocht en ‘ontwikkeld’ te worden. Ontwikkeld tot een groot toeristisch gebied vol met hotels en slecht functionerende riolering. Hoe ontwikkeld zijn we eigenlijk als mens als we alles om zeep helpen wat mooi is?

Ook al was deze leg maar heel kort, en dus heel intensief, we zijn heel veel te weten gekomen over de diepe waterlagen en riffen rond de eilanden. Er is keihard gewerkt door de bemanning, de wetenschappers en de filmploeg. We zagen de cyanovelden bij Bonaire die we liever niet zouden zien en we zagen veel te weinig mesofotische riffen. Of er ergens een verband is, en of vervuiling een rol speelt in het ontstaan van het één en het verdwijnen van het ander weten we nog niet. Maar er zijn nog vele monsters uit te werken de komende tijd die daar mogelijk meer informatie over geven.

Fleur van Duyl (NIOZ), Erik Meesters (Wageningen Marine Research) en Petra Visser (Universiteit van Amsterdam) - chief scientists NICO-expeditie etappe 3