Als onze waarnemers Jaap en Bram walvissen of dolfijnen spotten rond het schip schiet Judith in actie. Snel neemt ze monsters van het oppervlaktewater. Alle dieren laten namelijk via slijm, schubben of uitwerpselen DNA-sporen achter in het zeewater. In het laboratorium kijkt ze vervolgens van welke dieren er DNA in het water zit en vergelijkt die resultaten met de waarnemingen van vissen en zeezoogdieren.

Dieren onderzoeken zonder ze te vangen
Deze nieuwe methode, die gebruiktmaakt van DNA, zorgt ervoor dat je met een monster van het oceaanwater kan ontdekken welke diersoorten er in het water leven zonder dat je de dieren hoeft te vangen. Tijdens deze tocht test Judith hoe goed deze methode werkt. Terwijl ze op het schip de monsters voorbereidt, kan ze pas terug in Nederland zien of het heeft gewerkt. Nog even afwachten dus.

Oceaanschimmels
Naast haar DNA-onderzoek doet Judith in samenwerking met het Westerdijk Fungal Biodiversity Institute ook onderzoek naar oceaanschimmels. Van het dode materiaal dat in de oceaan zweeft, neemt Judith dagelijks monsters. Daarmee verzamelt ze schimmels die ze bij thuiskomst op Texel op de kweek kan zetten in het lab.

In tegenstelling tot schimmels die op het land leven, is er nog weinig bekend over de biodiversiteit en functie van schimmels in het zeewater. Aangenomen wordt dat ze bijdragen aan de algenafbraak en dat is nuttige informatie in een wereld waar algen een steeds belangrijkere rol spelen voor onze energievoorziening en voedsel. Later in het laboratorium op het NIOZ kan Judith uitzoeken welke enzymen de schimmels hebben die voor de mens nuttig zouden kunnen zijn.

Sofie Bosmans
VU masterstudent Earth Surface Processes, Climate and Records