Aascamera’s zijn een van de succesvolle methodes om vissoorten op de ondiepe Saba Bank in kaart te brengen. De camera’s registreren de dichtheid aan soorten die voorkomen op verschillende dieptes tussen 450 en 1.400 meter. Het is dan ook erg interessant om de ALBEX lander en vergelijkbare technieken te gebruiken om de aaseters in diepere wateren rond de Saba Bank te verkennen. Met de diepzee expertise en apparatuur van het NIOZ biedt de NICO-expeditie hier de uitgelezen kans voor.

Filmen met infrarood
De lander heeft een HD-camera en infraroodlampen in drukvaste diepzeebehuizing die gericht staan op het aas dat bevestigd is aan het frame. Omdat het in de diepzee pikdonker is, filmen we met infraroodlampen om te voorkomen dat vissen en andere fauna aangetrokken of afgeschrikt worden door licht.

Dichtheid van soorten meten
Zodra de ALBEX lander de zeebodem raakt, begint de klok te tikken. De tijd die verstrijkt voordat een soort zich laat zien op de camerabeelden en het maximale aantal individuen die waargenomen worden op één beeld, geven een eerste indicatie van de relatieve dichtheid. Met behulp van de stroomsnelheid en zwemsnelheid van de aaseters is een schatting te maken van de dichtheid. Voor dat doel is er ook een stroommeter bevestigd aan de ALBEX. Aan de tegenovergestelde zijde van het ALBEX frame zijn twee vallen met aas geplaatst, waarmee aaseters daadwerkelijk gevangen worden voor nader onderzoek. De soorten worden bewaard voor formele identificatie. De kleine stukjes weefsel die we afnemen worden geconserveerd voor isotopen onderzoek en barcoding van DNA. Deze barcode informatie maakt het daarnaast ook mogelijk om in kleine watermonsters vast te stellen welke soorten er in het water hebben gezwommen. Dat kan omdat vissen en soorten door de afscheiding van bijvoorbeeld huidslijm of lichaamssappen environmental DNA in het water achterlaten.

Garnalen, haaien en pissebedden
De twee uitgevoerde aas-experimenten laten tot dusver zien dat garnalen, haaien, pissebedden en alen regelmatig voorkomen rond de Saba Bank tussen de 450 en 1.400 meter diep. Vooral de grote pissebed Bathynomus cf. giganteus van wel 10 cm of meer maakt veel indruk. Opvallend waren de verschillen in aaseters tussen de stations. Op het relatief ondiepe station (450 meter diepte) waren er talrijke garnalen te zien op het aas terwijl er geen enkel exemplaar op 1.400 meter diepte te zien was. Daarentegen waren er op 1.400 meter veel meer soorten vissen te zien. Dit zijn waardevolle observaties die duiden op verschillen in biodiversiteit en voedselweb met toenemende diepte. Ze vormen een eerste inzicht in dit unieke stukje Nederlandse diepzee fauna.

De reuze pissebedden Bathynomus cf. giganteus - Foto: Stephan van Duin.

Jimmy van Rijn, Gerard Duineveld en Furu Mienis - Visserijonderzoek Wageningen Marine Research