We zijn ook ruim over de helft van deze tocht. Nog een week varen en het zit er weer op. De afgelopen twee weken zijn hard voorbij gegaan. Samen met Jacqueline Stefels (RUG) onderzoek ik het plantaardig eencellige leven in het zeewater (de zogenaamde fytoplankton).

Onderzoek naar algen
Onder dat blauwe oceaanoppervlak bevindt zich een andere wereld, die alleen zichtbaar is onder een microscoop. Fytoplankton zijn zo’n 1-10 µm (een duizendste millimeter) in doorsnede. Klein maar niet onbelangrijk. Met behulp van zonlicht nemen ze kooldioxide (CO2) op uit het water, en maken daar nieuw celmateriaal van. Daarbij produceren ze zuurstof. Het leven op aarde zoals we het nu kennen, is ooit begonnen bij de productie van zuurstof door een primitieve voorloper van deze algen. Nog steeds spelen algen een belangrijke rol in ons klimaat. De CO2 die de algen opnemen uit zee,  is dezelfde CO2  die wij met grote hoeveelheden in de atmosfeer brengen; de CO2 die maakt dat de aarde opwarmt. Doordat algen CO2 opnemen gaan ze dus een beetje deze opwarming tegen.

De Pelagia trotseert hoge golven op weg richting de Mid-Atlantic Ridge. Foto: Maria van Leeuwe.

Stimuleren van wolken groei
Maar er is nog meer aan de hand. Tijdens de groei kunnen algen een stof produceren (DMSP, een zwavelhoudend product), die in het water wordt omgezet in DMS (dimethylsulfide). De DMS die vanuit de oceaan in de atmosfeer terechtkomt, speelt een rol bij de vorming van wolken. Kleine waterdruppeltjes zetten zich vast op de zwavelcomponent van het DMS, waardoor langzaam wolken groeien. Deze wolken houden voor een deel het zonlicht tegen, waardoor de aarde minder snel opwarmt. Zo spelen algen op twee manieren een rol in de vorming van het klimaat op aarde; door het opnemen van CO2 en het produceren van DMS.

Watermonsters
Ons onderzoek aan boord bestaat voor een belangrijk deel uit het nemen van watermonsters: we halen water op uit de zee, en vangen de algen op in kleine filters die we in de diepvries opslaan, om uiteindelijk thuis een aantal metingen te verrichten. Ook houden we een deel van de algen in waterbakken een dag in leven, om te kijken hoeveel CO2 ze opnemen en hoeveel DMSP ze produceren. Gelukkig staan we niet de hele dag in het lab. De dag begint meestal rond zonsopkomst, wanneer we watermonsters uit zee halen. Opstaan is niet iedere ochtend eenvoudig, maar eenmaal aan dek zijn we snel weer wakker. Zeker wanneer er af en toe wat dolfijnen of kleine walvissen (Grienden) langskomen om te kijken wat we aan het doen zijn. Koffie en thee drinken we ook het liefst op het dek. Ook zonder alle vogels en vissen blijft de zee mooi om te zien en is het heerlijk om over de reling te hangen. Als het tenminste niet te hard waait.

Grienden zwemmen voorbij de Pelagia. Foto: Maria van Leeuwe

Het leuke van deze tocht is ook dat we nauw samenwerken met de andere biologen aan boord, Corina Brussaard en Susanne Wilken (UVA). Corina kijkt naar nog kleinere deeltjes: virussen die algen kunnen infecteren. Susanne onderzoekt overlevingsstrategieën van algen wanneer ze heel weinig voedsel hebben. Het ecosysteem (de gemeenschap van planten en dieren) onder water is zo mogelijk nog ingewikkelder dan boven water. Deze complexe wereld kan je het beste bestuderen door samen te werken met anderen. Dat is zeker een van de belangrijke aspecten van deze vaartocht; er is ruim tijd om kennis te nemen van wat de anderen aan boord doen, en samen experimenten te doen. Heel inspirerend!

Dr. Maria van Leeuwe, Rijksuniversiteit Groningen