Ons avontuur begon precies twee weken geleden vanaf Texel niet helemaal zonder gebreken en ook onderweg zijn we het een en ander aan materiaalpech tegengekomen. Door de inzet en het aanpassingsvermogen van de bemanning is het toch gelukt ons volledig geplande programma te draaien. Wat natuurlijk ook hielp, was het uitstekende weer. Dat maakt het werken niet alleen een stuk aangenamer, maar het is dan ook veel makkelijker om zware apparatuur over boord te zetten en weer binnen te halen vanwege weinig golfslag. Nog belangrijker: er zijn tijdens de tocht geen ongelukken gebeurd en er is geen wetenschappelijke apparatuur kapot gegaan of kwijtgeraakt.

45 meter kernmateriaal uit de Atlantische Oceaan
Wat houden we over aan deze vaartocht? We hebben 6 stations aangedaan, waar we in totaal meer dan 1000 monsters hebben genomen, verdeeld over de waterlaag en het sediment. Toen we wegvoeren, was het wateropplervlak nog geen 10 graden; inmiddels is het meer dan 20⁰C. Het diepste monster kwam van 4400 meter, het ondiepste was van het wateroppervlak. Daarnaast is er meer dan 45 meter kernmateriaal uit de bodem van de Atlatische Oceaan gehaald. In totaal zijn we meer dan 65 uur met het nemen van monsters bezig geweest, werk voor 10 wetenschappers, 12 bemanningsleden en het geheel is vastgelegd door het duo Margaux en Thijs. Is de opbrengst hoog? Of juist laag? Het cliché wil natuurlijk, dat de uitkomsten van onderzoek als dit niet uit te drukken zijn in een getal, laat staan in een prijs. De toekomst zal leren of NICO-1, met de weinig romantische code 64PE428, succesvol zal zijn gebleken. Wellicht zijn de resultaten die uit onze monsters naar boven komen drijven voorspelbaar, misschien controversieel en wie weet spectaculair.

Wachten op het Grote Analyseren
Natuurlijk is elke vaartocht spannend en avontuurlijk. Soms weet je al tijdens de expeditie of je succesvol bent geweest: wij zullen onze nieuwsgierigheid echter nog een tijdje moeten koesteren. Gezien de hoeveelheid materiaal, in combinatie met hetgeen nog verzameld wordt op toekomstige NICO-tochten, kan het haast niet anders dat er iets spannends huist in de beestjes, het water of het sediment, inmiddels veilig opgeborgen in koelkasten, vriezers en containers. Onze tocht zit er bijna op, maar het meeste werk ligt nog voor ons: zodra wij en de samples weer thuis zijn, begint het Grote Analyseren pas.

Maar is er nog een andere, tastbare opbrengst. Een nieuwe generatie mariene wetenschappers is opgestaan. Zeven studenten van de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit zijn mede-verantwoordelijk voor de uitvoering van ons programma. Zij hebben met eigen ogen gezien en met eigen handen ervaren wat de basis is voor menig wetenschappelijk artikel, waar zij anders enkel vanuit de collegebanken mee in aanraking waren gekomen. Met het vooruitzicht van de NICO-tochten die nog komen, denk ik dat de overdracht van de wetenschapspraktijk op volle oceaan, in veilige handen aan het raken is.

Lennart de Nooijer
Chief Scientist NICO leg 1