Biologische rijkdom van onderzeese banken en bergen in de oceanen hangt in veel gevallen samen met waterstromen en interne golven die tegen dergelijke obstakels botsen. Op veel plaatsen in de wereld geeft deze wisselwerking tussen waterbeweging en onderwatertopografie aanzet voor groei van visrijke diepwaterriffen tot op dieptes van wel 1.000 meter. Verdere waarnemingen wijzen erop dat diepe habitats van de Saba Bank belangrijk zijn voor commerciële vissoorten zoals snappers.

Moorings
De NICO-expeditie biedt ons de mogelijkheid om voor het eerst waarnemingen te doen rondom de Saba Bank. Eergisteren zijn we vertrokken uit Sint Maarten en inmiddels hebben we de eerste metingen en observaties verricht. Eerste prioriteit is om aan beide zijden van de Bank op een diepte van 500 meter een ‘mooring’ te plaatsen. Dit meetstation onder water is uitgerust met stroommeters en temperatuursensoren. De moorings en andere waarnemingen geven hopelijk inzicht of er ook bij de Saba Bank belangrijke interactie tussen de hydrografie en de topografie plaatsvindt.

Beelden van grote diepte
Ook het maken van onderwateropnames is belangrijk tijdens deze expeditie. De eerste beelden van de Hopper Camera, van dieptes tussen de 400 en 700 meter, zijn inmiddels binnen. Deze laten aan de noordzijde van de Saba Bank een bodem zien die bedekt is met sediment met daarin veel graafsporen en epifauna zoals zee-egels en zachte koralen. Maar we hebben nog lange dagen achter het videoscherm te gaan voordat we een overzicht hebben van het leven op de helling tot dieptes van 1.500 meter.

Onderwateropname op 400 meter diepte van de zuidhelling van de Saba Bank met spons, vis en zee-egels

Hulp van DNA-technieken
Naast het maken van onderwaterbeelden verzamelen we ook monsters van de bodem en de waterkolom op verschillende dieptes. Verzamelde organismen zullen worden geïdentificeerd en gesequenced ten behoeve van de museumcollectie van Naturalis. Daarnaast worden DNA-technieken ingezet om inzicht te krijgen in de diversiteit van vissen op de hellingen van de Saba Bank. Vissen en andere organismen laten DNA-sporen in water en bodem achter (eDNA) en deze sporen zullen in het lab geanalyseerd worden. Hierbij maken we gebruik van zogenaamde ‘DNA-bibliotheken’.

Aas-experiment
Een laatste manier om vissen in beeld te krijgen is door middel van een aas-experiment. We plaatsen een bodemlander, uitgerust met aas en een camera, op de bodem zodat we kunnen filmen welke vissoorten op het aas af komen. Deze techniek wordt al met goede resultaten uitgebreid toepast bovenop de Saba Bank door collega’s van Wageningen Marine Research. Diep water vereist inzet van complexere apparatuur. Hier heeft NIOZ ruime ervaring mee. Zo filmt de NIOZ bodemlander met infraroodverlichting omdat diepzeevissen ofwel aangetrokken of afgestoten worden door wit licht.

Uiteindelijk hopen we door alle waarnemingen een beter beeld te krijgen van de biodiversiteit in het enige stuk diepzee van Nederland.

Gerard Duineveld en Furu Mienis - Chief scientists NICO leg 5