Helaas is er nog veel onduidelijk over het ontstaan van deze wervels en over welke achterliggende mechanismen daarbij een rol spelen. Deze kennis is hard nodig, omdat we dan beter begrijpen hoe deze wervels reageren op het veranderende klimaat. Ze kunnen bijvoorbeeld sterker worden, afzwakken of zelfs helemaal verdwijnen.

Wervelstructuur
Met behulp van satellieten en oceaanmodellen is er al meer bekend, zoals waar ze ontstaan en hoe snel ze naar het westen trekken. Helaas kunnen satellieten niet onder het wateroppervlak kijken. Hierdoor weten we nog niet hoe goed de oceaanmodellen de wervels weergeven. Tijdens dit deel van de NICO-expeditie gaan we daarom op zoek naar een wervel, met als doel om zijn verticale structuur in kaart te brengen.

Meten is weten
Om een wervel goed te kunnen meten, is het eerst van belang er één te vinden. Om een goede doorsnede te krijgen moeten we in een rechte lijn door het centrum van de wervel varen en meten. Daarom begon ons experiment een aantal weken geleden met het analyseren van recente satellietdata en een oceaanmodel analyses. Hiermee konden we de stromingen die op dat moment aanwezig waren in de Caribische Zee in kaart brengen.

Het plaatje hierboven laat een voorbeeld zien. De contouren en kleuren laten de hoogteverschillen in het wateroppervlak zien. De wervels zijn op dit kaartje te zien als bulten en kuilen. De bulten hebben een positief signaal en draaien met de klok mee. De kuilen draaien tegen de klok in.   

Duimen maar
De eerste voorspellingen waren ons gunstig gestemd: er ontstond een prachtige wervel (zie de zwarte pijl in het plaatje hierboven) voor de kust van Venezuela die langzaam richting onze startplaats op Aruba kroop! Zou deze wervel de komende weken overleven? En zou hij dicht bij genoeg liggen om hem te kunnen meten? Tijd om er voor om te varen hebben we immers niet.

Het duimen begon. Elke ochtend konden we een nieuwe voorspelling downloaden en wisten we steeds iets meer over de route van deze wervel. Heel even leek hij te verdwijnen, maar een aantal dagen voor vertrek liet hij zich weer zien en ging hij met de achtergrondstroming mee naar het westen.

Cor Stevens (bootsman), Sander Asjes (elektrotechnicus) en Femke de Jong (fysische oceanograaf) van het NIOZ. De float die tussen hen in staat, gooien zij in de oceaanwervel. Het apparaat meet vervolgens de temperatuur en dichtheid van het water. Via de satelliet geeft het apparaat ook de locatie van de wervel door waardoor we weten waar hij naartoe gaat in de Caribische Zee. Zo kunnen we doorgaan met het onderzoek als we zelf weer aan de wal staan.

Hulp van overzee
Toen ons vertrek richting Aruba naderde, begonnen we toch wel zenuwachtig te worden. Zou deze wervel te hard gaan en in de territoriale wateren van Venezuela terecht komen? Als dat zo was, konden we maar een klein deel van de wervel meten aangezien we nog geen toestemming hadden om daar te meten. Ook zouden we aan boord maar beperkt kaartjes kunnen downloaden via de satellietverbinding.

Gelukkig hadden wij een extra team in TU Delft zitten. Daar hebben Caroline Katsman en Adam Candy het hele weekend doorgewerkt om ons de laatste voorspellingen door te geven. Tot onze verbazing remde deze wervel wat af en leek hij heel even stil te hangen bij Aruba. Wat een opluchting!

Vol goede moed voeren we zo snel als we konden richting de wervel. Ook aan boord kregen we continu updates over de locatie en snelheid van de wervel, zodat we onze snelheid en meetstations hierop konden aanpassen. De eerste resultaten zien er hoopvol uit en we wachten op dit moment nog op de metingen van de laatste stations.


Carine van der Boog - PhD-student TU Delft | TU · Department of Hydraulic Engineering