Deze twee weken vaar ik op het onderzoeksschip de Pelagia de Noordzee over van Texel naar de naar de Shetland eilanden en terug naar Amsterdam om te bestuderen wat het water van deze zee allemaal te bieden heeft. Een mooie ervaring om marien ondezoek in de praktijk mee te maken. Voor ik aan boord ging had totaal geen idee wat ik kon verwachten; zou ik zeeziek worden? Hoe zien dagen op een schip eruit? 

Ondertussen zijn we al hoog in het noorden aangekomen en zijn de eerste dagen onderzoek achter de rug. En dat zijn dagen om ‘u’ tegen te zeggen. Om stipt 8 uur ’s ochtends wordt door de bemanning van het schip met een apparaat met grote flessen (de CTD) op verschillende dieptes zeewater verzameld. Vervolgens is een van mijn taken om dit water te filteren. Door dit op steeds kleinere filters te doen, kunnen microscopisch kleine organismen en zelfs virussen op het filter verzameld worden. Deze algjes, bacteriën en virussen zijn de basis van de voedselketen in de oceaan en daarom heel belangrijk voor het leven op zee, maar we weten er nog maar heel weinig van. 

Dat klinkt allemaal heel intelligent, maar in de praktijk is het uren wachten terwijl het water langzaam door druppelt. In de tussentijd help ik de andere onderzoekers die willen weten wat er op de bodem van de Noordzee leeft. Hiervoor haalt de bemanning met een box-core of een grote schaaf enorme hoeveelheden sediment en al het leven wat zich daar op en in bevindt aan dek. Dit moet vervolgens worden gezeefd en gesorteerd. Dat is uren met je handen in modder met een temperatuur van ongeveer 10°C wroeten om hier wormpjes, schelpen, zeesterren en slakjes uit te zoeken. Ook willen we weten hoe productief de gebieden zijn waar we doorheen varen. Daarvoor hebben we een ‘plankton-pomp’ waar dag en nacht water doorheen wordt gepompt en waar, onderin in een netje, plankton uit het water op wordt gevangen. Doordat het zeewater continu ververst wordt,¬¬ kan langs de vaarroute plankton verzameld worden. Om betrouwbare resultaten te geven, moet het netje elke 6 uur geleegd worden. In de praktijk betekent dat dat ik om de dag om 3uur ’s nachts mijn bed uit moet om dat netje te legen. En daarna uiteraard om 7 uur fris en fruitig bij het ontbijt moet zitten voor een lange dag vol nieuw onderzoeksavontuur. Terwijl ik na een korte nacht slaperig mijn welverdiende ontbijtje at, kwam de ideale samenvatting voor deze eerste indruk van het leven van een student op een onderzoeksschip in mij op: “alles voor de wetenschap…”.

Sterre Witte, Universiteit Utrecht